Het actuele interbellum tussen twee regeringen in verleidt velen tot goedbedoelde adviezen aan nog onbekende bewindslieden. De betaalbaarheid, de vastgelopen woningmarkt en de afzwakkende financiële kracht als belangrijkste aandachtspunten. Zinvol? Zeker is in ieder geval dat de gestegen bedrijfslasten van woningcorporaties om bezinning vragen. Ongeacht de politieke kleur van de nieuwe regering. Veel corporaties verdedigen die stijging door te wijzen op onder meer de enorme toename van noodzakelijke dienstverlening naar huurders.
Vraaggestuurd onderhoud
Kostenstijging door bijvoorbeeld de omslag van aanbodgericht naar vraaggestuurd onderhoud aan de binnenzijde van de woning. Niet meer gelijktijdig het standaard keukenblok voor alle woningen binnen een complex. Alleen maar omdat de meerjaren onderhoudsplanning dit dicteert. Een keuken naar keuze op het moment dat de huurder dit schikt. Met vervolgens hoge rapportcijfers van het KWH als bewijs van goed gedrag. Maar tegen welke prijs? En vragen huurders hier om?
Huurder
De vraag van de huurder valt uiteen in vijf deelvragen: waaraan wenst men een ingreep (1), hoe (2), wanneer (3), door wie (4) en hoe de eventuele meerkosten te betalen (5). Het is niet verstandig om alle huurders van alle complexen complete ruimte te geven op alle vijf deelvragen. Zo is het bijvoorbeeld raadzaam om in gestapelde bouw met hoge mutatiegraad keukenblokken op traditionele wijze seriematig te vervangen. Met als enige keuze voor huurders de kleur van frontjes en grepen. Minder overlast en een grote repetitiefactor. Bewoners zien de woning als ‘tijdelijk’ onderkomen.
Daarentegen past een vergaande vorm van vraagsturing mogelijk in kleine vroeg naoorlogse eengezinswoningen met een verkooplabel. Bewoners zien de binnenkant van hun woning als ‘eigen’ bezit. Hier past veel ruimte voor eigen initiatief, maar ook klusactiviteiten door bewoners. Invulling van vraaggestuurd onderhoud vereist nuancering. Hoe kijkt de huidige huurder tegen zijn woning aan? En welke toekomstvisie heeft de corporatie voor het complex? Hieruit volgt het antwoord bij welke van de vijf deelvragen de bal op zinvolle wijze bij de huurder ligt. Tegen acceptabele interne en externe kosten.