Sociale vernieuwing: gaan we dit jaar geschiedenis schrijven?

Maatschappelijk / 09 april 2018
Ben Koenen
Ben Koenen
Sociaal Projectontwikkelaar, Ben Koenen BV

De lokale sociale vernieuwing kwam pas in 2018 van de grond. Daarvoor hebben we ons jaren bezig gehouden met de transities van het Rijk naar de gemeenten. In bijna alle gemeenten werden sociale wijkteams ingericht als de oplossing voor de transformatie van het sociaal domein. Dat was vreemd, omdat door de gemeenten nooit goed is onderzocht of dit ook daadwerkelijk zo was...

De sociale wijkteams hadden de opdracht om in de buurten en wijken van Nederland samen met bewoners op zoek te gaan naar nieuwe werkwijzen en preventieve aanpakken. De bedoeling was het versterken van de leefwereld, waardoor bewoners minder afhankelijk waren van de systeemwereld. Samen met bewoners collectieve activiteiten, diensten en voorzieningen ontwikkelen waar bewoners met elkaar op terug kunnen vallen. Maar, in plaats daarvan ging het sociaal domein verder in de transitiegedachte. Oude systemen en structuren werden vervangen door nieuwe. De systeemwereld was leidend. De bureaucratie en regeldruk was hoger dan ooit tevoren. De sociale wijkteams leverden prima werk en werkten meer samen, maar waren vooral bezig met individuele casuïstiek. Dit kon zo niet langer, vond ook Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Onze Buurt aan Zet

In 2018 maakte de minister geld vrij in het kader van ‘Onze Buurt aan Zet’. Bewoners werden gefaciliteerd om het samen anders te gaan doen. Zij werden uitgedaagd om samen met de lokale professionals tot nieuwe oplossingen te komen. ‘Als de professionele organisaties de vernieuwing niet brengen, dan maar de bewoners faciliteren’, zo moet de minister gedacht hebben. Eigenaarschap bij bewoners was daarbij een belangrijk uitgangspunt. En dat betekende dat bewoners niet alleen verantwoordelijkheid wilde nemen voor hun eigen buurt, maar ook zeggenschap en invloed claimden. En zo kwam er een beweging op gang waarbij bewoners het heft in eigen handen namen, om het samenleven in de buurt te verbeteren. Er ontstonden in de buurten en wijken, steden en dorpen allerlei initiatieven van bewoners.

Bewonersbedrijven, zorgcoöperaties, ontwikkeling leegstaande gebouwen, stadslandbouw, kleinschalig ondernemerschap, nieuwe diensten en aanpakken. Het kenmerkte zich als een organisch proces, waarbij geldstromen zoveel mogelijk in de wijk zelf bleven. Voor de professionals was het even wennen, want deze sociale verandering bracht onzekerheid met zich mee. De sociaal werkers moesten uit hun comfortzone stappen, en dat was best eng. Eigenlijk was het ook een zegen, want het dwong de professionals om weer terug te schakelen naar het eigen ambacht. ‘Waarom deed ik dit ook alweer?’ In plaats van alleen maar hulpvragen op te lossen, gingen de wijkteams vanuit de verschillende ambachten hulp, zorg, welzijn, wonen breder kijken, denken en doen. Er werden nieuwe inzichten, kennis en kunde ontwikkeld. Door in te zetten op het coachen van bewonersambities, maakte de generalist plaats voor de communitywerker.

De sociale wijkteams transformeerden naar een netwerkorganisatie. Veel gemeenten stopten met de teams. De netwerkorganisatie kwam er voor in de plaats. Kleine, tijdelijke, flexibele en daadkrachtige teams van professionals en bewoners, rondom vraagstukken die in de buurt spelen. Alles op basis van intrinsieke motivatie, talenten en kwaliteiten van bewoners en professionals. Er werd eindelijk weer gewerkt vanuit de definitie sociaal werk.

De definitie sociaal werk

Definitie sociaal werk van de International Federation of Social Workers (IFSW) uit 2014 waarover internationaal consensus bestaat:
‘Social work is a practice-based profession and an academic discipline that promotes social change and development, social cohesion and the empowerment and liberation of people. Principles of social justice, human rights, collective responsibility and respect for diversities are central to social work. Underpinned by theories of social work, social sciences, humanities and indigenous knowledge, social work engages people and structures to adress life challenges and enhance wellbeing.’

De buurt

Met gemiddeld 500 woningen werd de buurt ontdekt als de ideale transformatieschaal voor het sociaal domein. In de buurt leven de mensen samen en hebben zij wat met elkaar. Op die kleine schaal kan het verschil gemaakt worden, om het sociaal functioneren van mensen en de sociale kwaliteit in de buurt de versterken. Inzetten op kleinschaligheid betekent écht aandacht hebben voor de mensen in de buurt. En dan moet je als sociaal werker onderdeel zijn van die buurt. Je moet weten wat de geschiedenis van de buurt is, wie de verbinders zijn, welke sociale netwerken er zijn, welke ideeën de bewoners hebben, welke problemen er spelen en vooral welke kansen er zijn om dit op te lossen? Door echt contact te maken en de mensen volledig te willen begrijpen, bouw je een relatie op. En pas dan ontstaat er vertrouwen. De basis voor sociale verandering.

Woningcorporatie als breekijzer

De woningcorporaties hebben een belangrijke rol gespeeld in de lokale sociale vernieuwing. Zij zagen de sociale samenhang en leefbaarheid in de buurten achteruit gaan en vonden dat er iets moest gebeuren. De corporaties waren dan ook blij met het programma ‘Onze Buurt aan Zet’ en werden co-financier om de bewonersambities in de buurt te realiseren. Het faciliteren van bewonersambitites door de gemeenten en de woningcorporaties maakte de weg vrij voor de inzet van sociaal ondernemers. De bewoners bepaalden namelijk zelf welke professionele ondersteuning zij nodig hadden en waren niet gebonden aan welke aanbestedingsprocedure dan ook. Er ontstond een nieuwe dynamiek in de buurt vanuit de samenwerking tussen bewoners, sociaal ondernemers, maatschappelijke organisaties, woningbouwcorporaties en gemeenten. De gewenste sociale vernieuwing kwam eindelijk op gang.

Time for change: gaan we dit jaar geschiedenis schrijven?

Ook bijdragen aan deze sociale vernieuwing? Kom naar ons event: Maatschappelijk presteren – professionaliseer het wonen.