Verduurzamen van woningen: hoe daarop door woningcorporaties te sturen?

Maatschappelijk / 09 juli 2018
Frans Kooiker
Frans Kooiker
Directievoorzitter, De Woonplaats

Klimaatakkoord, klimaattafels, klimaatwet: we maken ons momenteel terecht zorgen om de toekomst van onze planeet. Er wordt wat betreft de gebouwde omgeving veel verwacht van de woningcorporaties. Maar wat kunnen die en wat mogen we maatschappelijk van hen verwachten? Waar moeten zij op sturen? En in hoeverre helpen de huidige economische principes daarbij?

Economische principes schieten tekort

De scope van het Klimaatakkoord

In het Klimaatakkoord van Parijs wordt het nog eens duidelijk gesteld: als we zo doorgaan met het laten opwarmen van onze aarde, stevenen we af op een ramp. Daarom moeten we de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke stoffen drastisch verminderen. Het akkoord sluit naadloos aan op de boodschap van de gefilmde documentaire An Inconvenient Truth van Al Gore begin deze eeuw.
Sindsdien zijn er 2 andere interessante andere publicaties over duurzaamheid verschenen, waar het klimaatakkoord géén rekening mee houdt, terwijl die vanuit een bredere benadering van het milieuvraagstuk van minstens zo groot belang zijn. Ze gaan over circulariteit. En hoe ze onze samenleving nog verder zullen beïnvloeden.

Circulaire economie

Dat is enerzijds Donuteconomie van Kate Raworth, waarin ze beschrijft hoe de huidige economische wetenschap (die uitgaat van groei en geld) achterhaald is, omdat de beslissingen die eruit voortvloeien de natuur en het klimaat te zeer zullen beschadigen. Een prijskaartje hangen aan uitputting van natuurlijke grondstoffen of uitstoot van broeikasgassen zal het probleem volgens haar niet oplossen. De ‘prijs’ moet meer gebaseerd zijn op het effect op het welzijn van mensen en de gevolgen voor de planeet aarde.

Daarnaast verscheen Material Matters van Thomas Rau en Sabine Oberhuber, waarvan de ondertitel veelzeggend is: Het alternatief voor onze roofbouwmaatschappij. VPRO Tegenlicht zegt over de daarin beschreven principes dat deze wel eens de ommekeer van alle economische waarden kunnen zijn.

Doelstelling Klimaattafels

Bij het invullen van het Klimaatakkoord via de door het kabinet ingestelde klimaattafels, is het opvallend dat het streven naar CO2-neutraliteit van de gebouwde omgeving geen rekening lijkt te houden met het gedachtengoed van deze 2 publicaties en de daarin besloten economische transitie. Alle maatregelen om te bereiken dat we in 2050 CO2-neutraal zijn, kosten enorm veel geld en het vraagstuk lijkt te zijn hoe we zoveel mogelijk CO2-uitstoot kunnen beperken voor zo weinig mogelijk geld.

Vanuit de Klimaattafel ‘gebouwde omgeving’ is het logisch te kijken naar energieneutraliteit van woningen. Met andere woorden: hoe kunnen we door isoleren de voor verwarming benodigde energie zoveel mogelijk beperken en de resterende benodigde energie CO2-vrij opwekken? De woning is in de gehanteerde definities volledig energieneutraal wanneer die energie geheel aan of op de woning zelf wordt opgewekt, bijvoorbeeld door zonnepanelen of warmtepompen. Wanneer dat niet het geval is, zal de resterende energievraag van andere leveranciers betrokken moeten worden, via bijvoorbeeld een warmtenet of met groene stroom.

Beleid woningcorporaties

Woningcorporaties, met elkaar eigenaar van zo’n 30% van de totale woningvoorraad in Nederland, zetten zich sterk in voor energiebesparing. In 2012 ondertekende koepelorganisatie Aedes een convenant dat de 2,4 miljoen sociale huurwoningen in 2021 gemiddeld een energielabel B zullen hebben. Als maatschappelijke organisaties hebben woningcorporaties duurzaamheid weliswaar hoog in het vaandel staan, maar het is niet hun primaire doelstelling. Beschikbaarheid en betaalbaarheid zijn dat wel.

Woningcorporaties zijn er in principe voor om mensen die zich geen huurwoning in de vrije sector kunnen permitteren of geen geschikte woning kunnen kopen, ook goed te laten wonen. Woonlasten zijn voor deze doelgroep daarbij een belangrijk onderwerp en die bestaan niet alleen uit huur, maar ook uit energielasten. Door verbetering van het energielabel kan een corporatie de totale woonlasten voor de huurder verminderen, wanneer de doorbelasting van de extra investeringen in duurzaamheidsmaatregelen tenminste wordt goedgemaakt door lagere energielasten. Bovendien wordt door het aanpakken van slecht geïsoleerde woningen het wooncomfort verbeterd.

Oplossingen en duurzaamheid

Het verbeteren van het energielabel bestaat technisch uit een combinatie van isolerende maatregelen en energie- of warmteopwekkende installaties. Economisch gaat het om een afweging tussen de kosten van de ingreep en de besparing op de energienota.

Op zich zijn dit al lastige afwegingen. Verwacht mag worden dat technische mogelijkheden zich verder ontwikkelen, wat zal leiden tot betere en wellicht ook goedkopere alternatieven en prijsverlaging van bestaande oplossingen wanneer er voor de fabrikanten grotere volumes ontstaan. Dat levert allerlei vragen op. Is het wel verstandig koploper te zijn? Wordt het risico van de rekening niet juist bij de minst vermogende Nederlanders gelegd? Hoe ziet een no-regret-beleid eruit?

Duurzaamheid is méér

Daar komt nog het verdere duurzaamheidsbeleid bij. Want het terugdringen van CO2-uitstoot is weliswaar uitermate belangrijk, maar in hoeverre wordt ook rekening gehouden met verdere milieueffecten? Welke materialen passen we toe bij het isoleren? Wat zijn daarvan de gevolgen voor het milieu? Zijn de grondstoffen weer her te gebruiken of zullen ze ooit verloren gaan? Weten we dat ooit (wat wisten we van asbest…)? En welke milieubelasting heeft het produceren en distribueren gehad? Hetzelfde geldt voor de installaties. Wat kost bijvoorbeeld een pv-paneel van productie tot en met ontmanteling en wat levert het op (en dan niet in geld, maar in milieueffect)?

Doelstellingen

Wanneer we werkelijk vanuit onze zorg voor de aarde en de toekomst ervan – voor degenen die er in de toekomst zullen wonen – duurzaamheidsmaatregelen willen nemen, heeft dat gevolgen voor de doelstellingen waarop we dan willen sturen. Dan volstaat het niet om te sturen op aantal verbeterde woningen, energielabelstappen en dergelijke, en moeten we voor die doelen ook geen subsidies inzetten.
Het gaat dan veel meer om doelstellingen in termen van gereduceerde kilogrammen CO2 en verloren gegane eenheden primaire grondstof. En dan niet alleen in de gebouwde omgeving zelf, maar in de gehele integraal benaderde keten. Daarvoor zijn geen (financiële) winst- en verliesrekeningen nodig, maar CO2-rekeningen en materialenpaspoorten.

Het gaat te ver in deze bijdrage daar verder op in te gaan. Maar het is naar mijn overtuiging onze opdracht daar snel mee aan de slag te gaan. We moeten niet alleen snel van het aardgas af, maar ook van de eenzijdige huidige economische benadering.

______

Meer leren hoe je de corporatie toekomstbestendig kunt maken? Bestel hier je toegangskaart (gratis met een lidmaatschap) voor ‘Woon Event: Professionaliseer het wonen’ of volg een van onze trainingen met maatschappelijk thema.