Wensen vanuit de politiek versus wensen van corporaties

Financieel / 03 januari 2019
Redactie
Redactie
Redactie, CorporatieNL

Hoe kijkt Kees van Nieuwamerongen, Directeur Inspectie Leefomgeving en Transport/Autoriteit woningcorporaties, naar de ontwikkeling van de investeringscapaciteit? Van Nieuwamerongen ziet vooral een gevaar in de grote hoeveelheid uitdagingen die op de corporaties afkomt. Lees verder over zijn visie over de investeringskracht van de corporatiesector.

Wat betreft de financiële ontwikkelingen in de corporatiesector zegt Van Nieuwamerongen het volgende: “De financiële situatie van de corporaties ziet er al een aantal jaren best goed uit. Er zijn wel behoorlijke verschillen tussen bijvoorbeeld grote en kleine corporaties en tussen regio’s. Maar ondanks dat de sector er als geheel er goed voor staat, blijft ze kwetsbaar.”

Als groot gevaar noemt Van Nieuwamerongen de grote hoeveelheid uitdagingen die op de corporaties afkomen. “Bijvoorbeeld op het gebied van verduurzaming of de aanpak van verwarde personen. En de ambities die corporaties zelf hebben om vanuit hun betrokkenheid maatschappelijke problemen aan te pakken.”

Wensen met betrekking tot politiek en beleid

Van Nieuwamerongen: “Het vermogen van de woningcorporaties is best omvangrijk, maar het zit vast in stenen. Die stenen kun je verkopen om elders goedkoper te gaan bouwen, maar dat betekent volkshuisvestelijk nogal wat. Concreet: binnensteden zonder sociale woningbouw en sociale woningbouw buiten de centra. Enorm ingrijpend voor zowel stad als de huidige bewoners. Ik weet niet of wij dat in Nederland willen.”

Maar zelfs als we voor deze strategie zouden kiezen zijn wensen die politiek en beleid neerleggen bij de corporaties groot:

  • Meer verduurzaming
  • Lagere huren
  • Meer bouwen voor middeninkomens
  • Meer leefbaarheid

Wensen van corporaties

Wat betreft de wensen van corporaties zegt Van Nieuwamerongen het volgende: “Actief zijn in de steden, dorpen en wijken betekent dat je als eerste misstanden en uitdagingen ziet. En daar wil je dan ook wat aan doen. Corporaties komen dan al snel in de actiestand.” Van Nieuwamerongen vindt het positief dat corporaties graag willen, maar ziet ook een keerzijde. “Er waren goede redenen om in de woningwet te zeggen dat corporaties terug moesten naar hun kerntaak, woningen bouwen en onderhouden voor de lagere inkomensgroepen. Waar ik bang voor ben is dat de corporaties weer allerlei maatschappelijke taken erbij krijgen, en ze dat zelf ook laten gebeuren.
Corporaties moeten daarvoor waken, en ook de politiek moet terughoudend zijn in wat ze vragen van de corporaties.”

Wat te doen met de commerciële woningvoorraad

Veel corporaties hebben nog geen visie op wat zij willen doen met hun commerciële woningvoorraad, de zgn. niet-DAEB. Van Nieuwamerongen “In mijn visie is het van belang om kapitaal aan te trekken van buiten de sector in de niet-DAEB, zodat de onderlinge leningen afbetaald kunnen worden om te investeren in de DAEB. Alternatief is natuurlijk het afstoten van de niet-DAEB, maar dan loop je ook toekomstige inkomstenbronnen mis.”

 

Te ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen

Van Nieuwamerongen: “De opgave is op dit moment om sober en doelmatig te bouwen, want er moet echt gebouwd worden. Die ruimte is er ook, maar corporaties moeten dan wel bij hun leest blijven en nuchter blijven in wat ze willen realiseren. Te ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen kunnen de ambities voor het aantal nieuwe woningen in de weg zitten.”

De rol van gemeenten

Gemeenten hebben in de Woningwet een sturende rol gekregen richting de corporatie. Ook op financieel gebied. Wat zouden de gemeenten vanuit hun nieuwe rol het best kunnen doen om de ambities die zij samen met corporaties hebben te kunnen realiseren?

Van Nieuwamerongen: “De regierol van de gemeenten vind ik problematisch. Weliswaar zijn zij achtervang voor de borg, maar verder kunnen zij toch in vergaande mate invloed uitoefenen zonder zelf financieel aan de lat te hoeven staan. Dat zag je ook bij de scheiding DAEB/niet-DAEB. Dat is een weeffout in het nieuwe stelsel vind ik. Gegeven de problemen uit het verleden, met te vergaande acties van corporaties en een te grote landelijke én lokale politieke druk, is terughoudendheid ook daar gewenst.”