Een persoonlijk thuis is een grondrecht

Corporatie / 16 januari 2023
Sandra Frenaij
Sandra Frenaij
Manager, CorporatieNL

Als rode draad door mijn leven staan wonen en een thuis centraal. Van het zien van woonellende achter de voordeur, persoonlijk de druk moeten voelen om een thuis te verliezen tot aan het werk wat ik nu doe. Prettig wonen en leven raakt mij en ik ben er al vanaf mijn studietijd mee bezig.

Prettig wonen en leven centraal

Dat gevoel van een plek waar je je prettig voelt, waar je tot rust komt en zorgeloos kunt leven samen met je dierbaren en mede-buurtbewoners. Dat gevoel is zo bevrijdend en verwarmend. Dat gun ik iedereen. Ook de mensen waarvoor dit niet vanzelfsprekend is, maar die er wel naar streven. Ik word geraakt door de mensen die het thuisgevoel niet hebben. Het raakt mij niet zomaar.

10 jaar geleden, achter de voordeur

Zo hield ik mij 10 jaar geleden tijdens mijn stage bezig met de opdracht om het probleem van “dramatische tuintjes” van een corporatie op te lossen en een verbeterplan te bedenken. Ik ging daarom eerst eens langs de deuren om met de bewoners zelf te spreken. In die tijd was de aanpak nog niet zo heel vanzelfsprekend om letterlijk een kijkje achter de voordeur te nemen.

De woningcorporatie kon immers wel ervaren dat de tuinen dramatisch waren, maar hoe ervaren de bewoners dit eigenlijk zelf? Tijdens mijn gesprekken waren er bewoners die niet mee wilden werken, bange bewoners die vroegen “wat kom je doen?” en bewoners die hun huis openstelden en mij hun verhaal vertelden. Er was iets dat mijn ogen opende tijdens deze opdracht.

Mooie verbindingen

Voor het eerst in mijn leven zag ik in wat voor situaties mensen echt leefden, hoe deze mensen woonden en wat hun dagelijkse zorgen waren. Kleine woonruimtes, zeer gehorige woningen en vooral dicht op die van andere buren. Van betonnen vloeren zonder vloerbekleding, een los matras op de grond tot aan een overvolle woning met spullen waar geen doorkomen meer aan was.

Op zich hadden deze mensen een dak boven hun hoofd, maar de gelukkige uitstraling bij hen was ver te zoeken. Ze kampten met dramatische overlast van buren, eenzaamheid, financiële problemen, verslavingen en psychische klachten. Mensen spraken naar mij uit dat een tuintje bijhouden nou niet bepaald op hun prioriteitenlijst van het leven stond.

Ik zag met eigen ogen dat ze zich hier niet thuis voelden. Iedere dag doorkomen en de problemen oplossen stond voorop. Bijzonder was wel dat er een sprankeling in hun ogen ontstond na ons gesprek. Ze waren even gehoord en gezien. “Ben je hier langer? Kom je nog een keertje terug?” werd mij na afloop geregeld gevraagd.

Dat ging ik doen en ik besloot de mensen meerdere keren in de week te bezoeken. Het leidde tot mooie verbindingen. Want ik zorgde ervoor dat de mensen die in staat waren te helpen in contact kwamen met de mensen die het moeilijk hadden. En als verbindend middel kon ik de tuin inzetten. Ik weet nog goed dat iemand tegen mij zei: “Ik word hier erg blij van. Om samen met mijn medebewoners iets te betekenen voor de buurt.”

Glimlach en vertrouwen

Dit opende mijn ogen. Het hebben van een dak boven je hoofd zorgt er niet altijd voor dat je gelukkig bent, je thuis voelt. Het is veel meer dan dat. Ik heb daar iets moois ontdekt. De gesprekken, het contact met buren zorgde voor een glimlach. Het gaf ze vertrouwen. En zelfs de mensen die het erg zwaar hadden hielpen juist de andere medebewoners met hun tuin.

Ik stapte op de trein terug naar huis. Maar voelde de zware energie van de buurt met mij meegaan. Het had mij diep geraakt. Hoe kunnen mensen anno nu nog zo wonen en met zulke zorgen leven. Al is dit slechts een van de vele voorbeelden van hoe mensen in Nederland leven en wonen. Dat kan en moet anders dacht ik. Dat voelde ik aan alles.

Mijn eigen leven onder druk

Een aantal jaren later stond ook mijn eigen leven even onder druk. Door financiële problemen zouden we ons huis kwijtraken. De angst die ik voelde en de zorgen die in mij omgingen waren gevoelens die ik niemand gun. Gelukkig kwam in dat jaar ook een goede oplossing en verviel de dreiging die boven ons hoofd hing.

Maar toch heb ik een periode ervaren hoe het is om op dit vlak te wankelen. Zorgen te hebben, uit balans te zijn. Het is een schijntje van waar andere mensen in moeten leven. Die wel op straat staan en geen kant op kunnen. Maar ik begreep de bewoners die ik destijds sprak wel veel beter.

Hard maken voor een thuis voor iedereen

Het maakt dat ik mij bij CorporatieNL al meer dan zeven jaar hard maak voor een thuis voor iedereen. Want nu kan ik zelf invloed uitoefenen op betere woningen, ontmoetingen en samenleven in alle buurten en wijken in Nederland.

Nee niet door het zelf te doen. Maar door de juiste partijen met de juiste kennis aan elkaar te verbinden en ervoor te zorgen dat we samenwerken en samen zien wat er nodig is. Iedereen van de juiste kennis te voorzien, kennis op te halen en zo samen te bepalen hoe iedereen in Nederland een thuis krijgt. Het is niet voor niks dat we inmiddels een waardige en nuttige gesprekspartner van veel organisaties zijn, zelfs van de overheid.

Het moet toch kunnen

In een tijd waarin alles mogelijk blijkt te zijn moeten we in staat zijn de belangrijkste zaken sneller en beter te realiseren. Het moet toch op z’n minst mogelijk zijn om iedereen een thuis te bieden? Excuses heb ik vaak genoeg gehoord, andere belangen heb ik vaak genoeg gezien en de vele vergaderingen heb ik voorbij zien komen die leiden tot “Het was een goed gesprek.” En toch…toch weet ik dat het kan.

We zijn het als mens aan elkaar verplicht om ervoor te zorgen dat er voor iedereen een thuis is. Dat weet ik, dat voel ik. En daar zet ik mij iedere dag voor in. Ik ben pas tevreden als we het verankeren in onze grondwet: een thuis voor iedereen is een basisrecht.